Home » Dossiers» Dossier Decoratietechniek» Hogeschoolschilderen in Leiden

Hogeschoolschilderen in Leiden

30-06-2009

Niets is zomaar gewoon gegaan bij de schilderkundige restauratie van het orgel van de Sint Pieterskerk in Leiden. Het monumentale orgel stamt uit de 17e eeuw en beschikt over heel bijzonder pijpwerk. Daaraan is sinds 1808 nooit meer iets veranderd. Bij de restauratie werd er dan ook álles aan gedaan om het orgel terug te brengen, zowel in geluid als in uiterlijk, naar de staat van zijn gloriedagen.

(lees verder onder de foto)

\"orgel

Lijnolieverf

Dat betekende ook dat al het verguldwerk, dat tijdens de reformatie grotendeel is overgeschilderd, opnieuw moest worden aangebracht. Het betekende tevens dat de orgelombouw geschilderd moest worden, niet alleen in de kleuren van toen, maar ook met de verf van toen. \'Wij horen dat niet,\' aldus Pieter De Ruyter, directeur-eigenaar van Pieter de Ruyter restauratie in Delft, eigenlijk sinds begin dit jaar met pensioen. \'Maar de restaurateur van het orgel heeft ons en de begeleidingscommissie ervan overtuigd dat de ombouw ab-so-luut niet met synthetische verf mocht worden geschilderd.\'

 

Gebrande omber

Hans Terhorst, directeur-eigenaar van Atelier Terhorst, en samen met De Ruyter aannemer van deze klus: \'Het kleuronderzoek wees uit dat het donkere, sobere kleuren moesten worden. Die mengen we zelf, op het oog. De verf is een lijnolieverf van het verffabrikant Old Holland in Driebergen, een van de beste kunstschilderverven ter wereld. De pigmenten zijn gemalen in Verfmolen De Kat, paarse dodenkop, gebrande omber... Zo benaderen we de verf uit die tijd het meeste.\'

(lees verder onder de foto)

\"kleurlagen\"

 

Schilderij

De Ruyter: \'Er wordt veel onzin beweerd over de verven uit de gouden eeuw. Ze zouden schraal zijn, beitsachtig. Grote onzin: zo\'n lijnolieverf dekt geweldig. Dat doe je ze met een synthetische verf nauwelijks na!\'

Het meest in het oog springt natuurlijk het verguldwerk, waar zo\'n 20.000 velletjes bladgoud aan zijn opgegaan. \'We zijn tijdens het werk steeds opnieuw tegen interessante vondsten aangelopen, waardoor het budget een paar keer naar boven moest worden bijgesteld,\' glimlacht De Ruyter. \'Steeds kwamen we weer nieuwe dingen tegen. Zoals de omtrekken van schilderingen en ornamenten.\'

Terhorst: \'In het depot van de Lakenhal, het gemeentelijk museum, vonden we een schilderij uit die tijd. Dat heeft ons veel geholpen bij de reconstructie.\' 

 

Niet zwaar

De heren voltooiden de restauratie van het orgel in 2005. Nu is er tijd en geld voor de orgelluiken. Die zijn ooit, vermoedelijk in 1643 aangebracht, maar in 1808 weer verwijderd. Naar ontwerp van architect Kees Lau, in samenspraak met de kunsthistorische comissie, zijn ze nieuw gemaakt door Verscheuren Orgelbouw in Heythuysen, van triplex. Terhorst: \'Vermoedelijk werden ze in de 17e eeuw van een raamwerk gemaakt, dat werd bespannen met doek. Erg zwaar kunnen ze ook toen niet geweest zijn.\'

 

Vier lagen

In ieder geval moeten die enorme, nieuw gemaakte gevaartes in dezelfde kleur worden geschilderd als het orgel, én moeten ze aan de binnenzijde van bladgoud worden voorzien. Daarvoor gebruiken de heren de lijnolieverf van Evert Koning, die ze aanmengen met gekookte lijnolie. De verf is op kleur gemaakt door Simonis Verf in Rotterdam.

(lees verder onder de foto)

\"deuren

De luiken krijgen vier lagen verf: een witte, twee okerkleurige en daarna de donkerbruine. \'Zo krijg je dat warme, levende effect,\' aldus Terhorst. Alle lagen worden meteen na schilderen nage\'klopt\' met de paardenharen klopkwast, om kwaststrepen te voorkomen. Ook worden alle lagen steeds heel precies en fijn geschuurd.

 

Eiwit

Het vergulden, waarmee de heren nu bezig zijn, -de deuren moeten klaar zijn op 09-09-2009, als het orgel 288 jaar bestaat-, ging eerst niet gemakkelijk. De Ruyter: het bladgoud bleef aan de lijnolie plakken, niet alleen aan de mixtion, maar ook aan de olieverf, die immers heel langzaam doordroogt. Pas nadat we uitgebreid studie hadden gedaan kwamen we in een oud schildersboek de truuk op het spoor: eiwit, aangelengd met gedeminerlaiseerd water. Dat strijk je over de plek waar je de mixtion gaat aanbrengen. Na het vergulden het inmiddels gedroogde eiwit wegwassen. Dan verdwijnt het bladgoud dat naast de mixtion terecht is gekomen.\'

 

Zie ook:

fotoreportage van dit project

een filmpje van dit project

de site van de pieterskerk

Niets is zomaar gewoon gegaan bij de schilderkundige restauratie van het orgel van de Sint Pieterskerk in Leiden. Het monumentale orgel stamt uit de 17e eeuw en beschikt over heel bijzonder pijpwerk. Daaraan is sinds 1808 nooit meer iets veranderd. Bij de restauratie werd er dan ook álles aan gedaan om het orgel terug te brengen, zowel in geluid als in uiterlijk, naar de staat van zijn gloriedagen.

(lees verder onder de foto)

orgel met vergulding

Lijnolieverf

Dat betekende ook dat al het verguldwerk, dat tijdens de reformatie grotendeel is overgeschilderd, opnieuw moest worden aangebracht. Het betekende tevens dat de orgelombouw geschilderd moest worden, niet alleen in de kleuren van toen, maar ook met de verf van toen. 'Wij horen dat niet,' aldus Pieter De Ruyter, directeur-eigenaar van Pieter de Ruyter restauratie in Delft, eigenlijk sinds begin dit jaar met pensioen. 'Maar de restaurateur van het orgel heeft ons en de begeleidingscommissie ervan overtuigd dat de ombouw ab-so-luut niet met synthetische verf mocht worden geschilderd.'

 

Gebrande omber

Hans Terhorst, directeur-eigenaar van Atelier Terhorst, en samen met De Ruyter aannemer van deze klus: 'Het kleuronderzoek wees uit dat het donkere, sobere kleuren moesten worden. Die mengen we zelf, op het oog. De verf is een lijnolieverf van het verffabrikant Old Holland in Driebergen, een van de beste kunstschilderverven ter wereld. De pigmenten zijn gemalen in Verfmolen De Kat, paarse dodenkop, gebrande omber... Zo benaderen we de verf uit die tijd het meeste.'

(lees verder onder de foto)

kleurlagen

 

Schilderij

De Ruyter: 'Er wordt veel onzin beweerd over de verven uit de gouden eeuw. Ze zouden schraal zijn, beitsachtig. Grote onzin: zo'n lijnolieverf dekt geweldig. Dat doe je ze met een synthetische verf nauwelijks na!'

Het meest in het oog springt natuurlijk het verguldwerk, waar zo'n 20.000 velletjes bladgoud aan zijn opgegaan. 'We zijn tijdens het werk steeds opnieuw tegen interessante vondsten aangelopen, waardoor het budget een paar keer naar boven moest worden bijgesteld,' glimlacht De Ruyter. 'Steeds kwamen we weer nieuwe dingen tegen. Zoals de omtrekken van schilderingen en ornamenten.'

Terhorst: 'In het depot van de Lakenhal, het gemeentelijk museum, vonden we een schilderij uit die tijd. Dat heeft ons veel geholpen bij de reconstructie.' 

 

Niet zwaar

De heren voltooiden de restauratie van het orgel in 2005. Nu is er tijd en geld voor de orgelluiken. Die zijn ooit, vermoedelijk in 1643 aangebracht, maar in 1808 weer verwijderd. Naar ontwerp van architect Kees Lau, in samenspraak met de kunsthistorische comissie, zijn ze nieuw gemaakt door Verscheuren Orgelbouw in Heythuysen, van triplex. Terhorst: 'Vermoedelijk werden ze in de 17e eeuw van een raamwerk gemaakt, dat werd bespannen met doek. Erg zwaar kunnen ze ook toen niet geweest zijn.'

 

Vier lagen

In ieder geval moeten die enorme, nieuw gemaakte gevaartes in dezelfde kleur worden geschilderd als het orgel, én moeten ze aan de binnenzijde van bladgoud worden voorzien. Daarvoor gebruiken de heren de lijnolieverf van Evert Koning, die ze aanmengen met gekookte lijnolie. De verf is op kleur gemaakt door Simonis Verf in Rotterdam.

(lees verder onder de foto)

deuren schilderen

De luiken krijgen vier lagen verf: een witte, twee okerkleurige en daarna de donkerbruine. 'Zo krijg je dat warme, levende effect,' aldus Terhorst. Alle lagen worden meteen na schilderen nage'klopt' met de paardenharen klopkwast, om kwaststrepen te voorkomen. Ook worden alle lagen steeds heel precies en fijn geschuurd.

 

Eiwit

Het vergulden, waarmee de heren nu bezig zijn, -de deuren moeten klaar zijn op 09-09-2009, als het orgel 288 jaar bestaat-, ging eerst niet gemakkelijk. De Ruyter: het bladgoud bleef aan de lijnolie plakken, niet alleen aan de mixtion, maar ook aan de olieverf, die immers heel langzaam doordroogt. Pas nadat we uitgebreid studie hadden gedaan kwamen we in een oud schildersboek de truuk op het spoor: eiwit, aangelengd met gedeminerlaiseerd water. Dat strijk je over de plek waar je de mixtion gaat aanbrengen. Na het vergulden het inmiddels gedroogde eiwit wegwassen. Dan verdwijnt het bladgoud dat naast de mixtion terecht is gekomen.'

 

Zie ook:

fotoreportage van dit project

een filmpje van dit project

de site van de pieterskerk

Nieuwsbrief Print

0 Reacties op Hogeschoolschilderen in Leiden

Reageren